Centrum VPG

IVF-kweekmedia onder de loep

Centrum VPG Maastricht IVF onderzoek

IVF-kweekmedia onder de loep

Onderzoek naar relatie IVF kweekmedium met geboortegewicht / gezondheid van IVF-kinderen

MAASTRICHT, 31 maart 2014 – Onderzoekers van het Maastricht UMC+ gaan onderzoek doen naar de relatie tussen kweekmedia die gebruikt worden bij in vitro fertilisatie (IVF) en de gezondheid op de langere duur van de kinderen die uit zo'n IVF-behandeling voortkomen. Een subsidie van bijna twee ton van de Amerikaanse stichting March of Dimes maakt verder onderzoek mogelijk.

Het vermoeden bestaat dat kinderen die geboren zijn na IVF met bepaalde kweekmedia een grotere kans hebben om later in hun leven het zogenoemde metabool syndroom, voorloper van hart en vaatziekten en diabetes type 2, te ontwikkelen.

Geboortegewicht

Bioloog dr. John Dumoulin, hoofd van het Maastrichtse IVF-lab, legde de basis voor het onderzoek. Hij constateerde na data-analyse van kinderen die na IVF geboren werden, dat het ene kweekmedium tot een significant hoger geboortegewicht (250 gram) leidde dan het andere. En dit verschil blijft bestaan twee jaar na de geboorte, zo blijkt uit een onlangs gepubliceerde studie.

Groei

Kweekmedia worden gebruikt om de bevruchting van een eicel met een zaadcel buiten het lichaam te laten plaatsvinden. Het daaruit ontstane embryo wordt dan nog enkele dagen doorgegroeid, alvorens het teruggeplaatst wordt in de baarmoeder. Om de risico's te spreiden en verzekerd te zijn van continue levering van kweekmedia worden er doorgaans kweekmedia van verschillende (commerciële) partijen naast elkaar gebruikt. De ontdekking dat verschillende kweekmedia ook tot verschil in geboortegewicht leiden, kwam volkomen onverwacht.

Invloed

Nu zegt het verschil in geboortegewicht, hoe opmerkelijk ook, op zich niets over de gezondheid van de baby. Opmerkelijk is wel dat uit vervolgonderzoek is gebleken dat het verschil in gewicht blijft bestaan, in ieder geval tot de leeftijd van twee jaar. Dit duidt erop dat het kweekmedium wel degelijk van invloed is op de groei. Nog interessanter is om te bestuderen of de verschillen blijven en of er op latere leeftijd significante verschillen zijn waar te nemen in de gezondheid. Om dat te onderzoeken zal onderzoeker dr. Aafke van Montfoort kinderen die na IVF geboren zijn, op de leeftijd van negen jaar oproepen voor nader onderzoek.

Epigenetische effecten

Uit recente studies is gebleken dat IVF-kinderen mogelijk een hoger risico hebben op verschillende aspecten van het metabool syndroom, zoals verhoogde bloeddruk. De Maastrichtse onderzoekers willen graag achterhalen of er mogelijk een relatie is met gebruikte IVF-kweekmedia. Uit eerder onderzoek van Van Montfoort is reeds gebleken dat IVF in ieder geval een epigenetisch effect (een omkeerbare erfelijke verandering) heeft op de ontwikkeling van de placenta. Hoewel dat kleine, subtiele effecten zijn kunnen ze mogelijk grote consequenties hebben voor het ongeboren kind. Of kweekmedia deze verschillen veroorzaken wordt dan ook onderzocht in de nieuwe studie.

Het Maastrichtse onderzoek naar de relatie tussen kweekmedia en gezondheid op langere termijn onder negenjarigen wordt financieel mogelijk gemaakt door de Amerikaanse stichting March of Dimes, voluit March of Dimes Foundation Research and Grants Administration.

 

 

IVF en PGD: Mag het een onsje minder zijn?

Lukt het niet om op een natuurlijke manier een kind te krijgen? Of wil je voorkomen dat je een erfelijke aandoening doorgeeft aan je kind? Dan zijn er in Nederland twee belangrijke medische technieken: IVF en PGD.

In Maastricht, de enige plek in Nederland waar embryoselectie (PGD) plaatsvindt, wordt daarom veel onderzoek gedaan.

In-vitro fertilisatie (IVF) betekent letterlijk ‘bevruchting in glas’. Buiten het lichaam wordt een aantal spermacellen bij een eicel gebracht. Als een zaadcel samensmelt met een eicel ontstaat een embryo, dat na een paar dagen in de baarmoeder geplaatst wordt. Dit leidde voor het eerst tot een zwangerschap in 1978. De eerste dagen van zo’n embryo spelen zich dus niet af in de natuurlijke omgeving, maar in een vloeistof die deze zo goed mogelijk nabootst: het kweekmedium. Een aantal jaren geleden ontdekte het hoofd van het Maastrichtse IVF-lab per toeval dat kinderen uit het ene kweekmedium een lager geboortegewicht hebben (zo’n twee ons) dan kinderen uit het andere. Andere niet-IVF studies hebben laten zien dat een lager geboortegewicht meer risico geeft op ziektes op latere leeftijd, zoals diabetes en hart- en vaatziekten. De Maastrichtse IVF- afdeling onderzocht

daarom vorig jaar deze ‘kweekmedium–kinderen’ op 9-jarige leeftijd, om te kijken of er op deze

leeftijd gezondheidsverschillen zichtbaar zijn. Aafke van Montfoort leidt dit onderzoek. „We weten

dat de embryonale fase een heel gevoelige is. Mensen die in de baarmoeder zaten tijdens de Hongerwinter bijvoorbeeld, blijken heel zuinig om te gaan met de energie die ze binnenkrijgen. Hun lichaam pot als het ware op, waardoor ze vaker ernstig overgewicht en suikerziekte kregen. Dat heeft ons wel aan het denken gezet: wat doen wij eigenlijk met IVF en PGD?” PGD staat voor Preïmplantatie Genetische Diagnostiek. Voor bepaalde vastgestelde erfelijke ziektes heeft het ministerie van Volksgezondheid aan het Maastricht UMC+ een vergunning gegeven om embryo’s te

onderzoeken op deze ziektes. Denk aan het gen dat erfelijke borst- en eierstokkanker veroorzaakt. Als het embryo acht cellen groot is, wordt er één cel weggenomen. Dat kan ook in de ziekenhuizen in Amsterdam, Utrecht en Groningen. Die ene cel gaat vervolgens naar Maastricht om het DNA te onderzoeken. Dat klinkt eenvoudig, maar is zeer complex en er wordt dan ook voortdurend gewerkt aan een verbetering van de techniek.

Borstkankergen

Prof. Christine de Die coördineert deze embryoselectie; er wordt dan een embryo geselecteerd dat het erfelijke gen niet bevat, en dat wordt geplaatst in de baarmoeder. “Dat borstkankergen is één van de meest voorkomende redenen voor ouders om voor PGD te kiezen. Terwijl het in 2008 nog tot hevige debatten leidde in de politiek. Dit zijn ethisch heel lastige vraagstukken.”

Zeshonderd PGD-kinderen

Op verzoek van het ministerie, dat de vergunning gaf aan het ziekenhuis, doet de PGD-afdeling ook veel onderzoek naar de gezondheid van PGD-kinderen. Sinds twintig jaar geleden de eerste geboren werd, zijn er nu bijna zeshonderd kinderen geboren na PGD. Vijftig van hen werden op vijfjarige leeftijd vergeleken met gewone IVF-kinderen en natuurlijk geboren kinderen. Er werd ook gekeken hoe het nu met de ouders gaat. „Eigenlijk zijn alle uitkomsten geruststellend. De kinderen hebben niet meer aangeboren afwijkingen, ze zijn ietsje zwaarder maar dat hoeft dus niet veel te zeggen en ze zijn normaal tot hoog-intelligent, maar dat kan ook komen doordat ouders die voor PGD kiezen

gemiddeld hoger opgeleid zijn. We zagen wel dat de moeders vaker over beschermend zijn, maar dat is begrijpelijk, want het zijn medische wondertjes. De kwaliteit van leven van de vaders van PGD-kinderen was wel beduidend lager dan van de anderen, maar vaak was de ziekte van vader reden om PGD toe te passen, dus hun ziektelast maakt het leven zwaarder.”

Kweekbakje

Voor Van Moontfoort worrdt dit een spannend jaar: het jaar waarin alle data van de onderzochte kinderen geanalyseerd worden en er resultaten verwacht worden van de studie naar negenjarige IVF-kinderen. „Daaruit kunnen we leren voor toekomstige IVF-behandelingen, maar het gaat ook iets zeggen over de invloed van de embryonale omgeving op de ontwikkeling van het kind.” De Die: „Eigenlijk hebben Aafke en ik dezelfde vraag: wat is de invloed van deze technieken op de latere gezondheid van een kind?” Van Montfoort: „En wat gebeurt er in dat kweekbakje? Mijn DNA is in heel mijn lichaam hetzelfde, maar mijn hartcellen functioneren anders dan mijn huidcellen. Dat komt doordat in de ene cel bepaalde genen aan staan en andere niet. Dat heet epigenetica en we weten dat dit beïnvloed wordt door de omgeving van het embryo. En dit is een extreem verschil, maar dat kan dus ook subtieler. Het feit dat een gen bij jou aanstaat en bij mij niet, kan jou bijvoorbeeld

gevoeliger maken voor harten vaatziekten. In het speeksel van de kinderen die we onderzoeken,

proberen we bijvoorbeeld zulke epigenetische verschillen op te sporen: verschillen in de genregulatie waarmee we mogelijk de verschillen in geboortegewicht kunnen verklaren.”

Ethische vragen

Naast de technische en basale vraagstukken, richten Maastrichtse onderzoekers zich ook nadrukkelijk op de ethische kanten van met name PGD. Vragen als: Wie komt in aanmerking voor embryoselectie? Mag het ook voor mildere aandoeningen? Als er één embryo is dat teruggeplaatst

kan worden bij een onvruchtbaar stel, maar het heeft wel een erfelijke ziekte, mag je dat dan toch terugplaatsen? In de praktijk lukt het bij iets minder dan de helft van de stellen om een gezond embryo te laten uitgroeien tot een gezond kind. „De ouders zijn vaak intens dankbaar”, aldus prof. De Die. „Soms kun je mensen helpen die al zeven miskramen hebben gehad door een chromosoomafwijking. Dat is heel mooi.” Een aantal van die ´medische wondertjes’ lachen haar toe vanaf foto’s achter haar bureau.