Ovulatie inductie

Ovulatie inductie (OI)

Wanneer u bij ons het Oriënterend Fertiliteits Onderzoek (OFO) heeft doorlopen, kan het zijn dat uw arts ovulatie inductie als behandeling adviseert. Dit is zo wanneer er uit het onderzoek is gebleken, dat de vrouw geen (regelmatige) eisprong heeft en er verder geen afwijkingen worden gevonden.

Menstruatiecyclus

In een normale menstruatiecyclus rijpt er elke cyclus één eiblaasje (follikel). Uit deze follikel komt bij de eisprong een eicel vrij. Deze eicel wordt “opgepikt” door één van de eileiders. Via de eileider vervolgt de eicel zijn weg naar de baarmoeder. Wanneer er zaadcellen aanwezig zijn, kan de eicel bevrucht worden. Het embryo dat ontstaat kan zich, eenmaal in de baarmoeder aangekomen, gaan innestelen. Zo ontstaat een zwangerschap. Het krijgen van een eisprong is dus een voorwaarde voor het ontstaan van een spontane zwangerschap.

Een menstruatiecyclus (van de eerste dag van de menstruatie tot de volgende menstruatie) duurt ongeveer 28 dagen. Dit kan wat variëren per cyclus, dat is normaal. In een regelmatige cyclus variërend tussen de 26 en 36 dagen vindt meestal een eisprong plaats.

Cyclusstoornis

Wanneer de menstruatie langer duurt dan 36 dagen en/of erg onregelmatig is, spreken we van een cyclusstoornis. Bij een cyclusstoornis is het onzeker of er een goede eisprong plaatsvindt.

Wanneer de cyclus varieert van 36 dagen tot 6 maanden kan er in sommige cycli wel een eisprong plaatsvinden. Hoe vaak er wél een eisprong optreedt, hangt samen met de mate van onregelmatigheid van de cyclus. In de regel is het zo dat in een kortere cyclus de kans op een eisprong in die cyclus hoger is dan wanneer deze langer is.

Wanneer u minder dan twee keer per jaar menstrueert, is de kans groot dat er geen eisprong plaatsvindt. In dat geval is een spontane zwangerschap vrijwel uitgesloten, gezien een eisprong daarvoor noodzakelijk is.

Wanneer er bij u een cyclusstoornis wordt vastgesteld wordt u in de meeste gevallen doorverwezen naar het cyclusstoornis spreekuur. Hier wordt getracht de oorzaak van de cyclusstoornis te achterhalen.

Behandeling

Wanneer er geen (of niet voldoende vaak) een eisprong plaatsvindt, kan de eisprong meestal worden opgewekt met medicatie.

Meestal wordt gekozen voor clomifeencitraat (Clomid® of Clomifeen tabletten). Dit gebruikt u van dag 3 tot en met dag 7 van de cyclus. Met echo’s wordt gecontroleerd of er follikel(s) rijpen. Wanneer dit niet zo is, kan de volgende cyclus met een hogere dosis clomifeencitraat worden gestart. Wanneer u op de maximale dosering clomifeencitraat geen eisprong heeft, kan worden overgegaan op andere medicatie. Soms wordt meteen gestart met andere medicatie, afhankelijk van de oorzaak van de cyclusstoornis.

Uw arts zal u adviseren om rondom de eisprong om de dag gemeenschap te hebben, dan is de kans dat er een zwangerschap ontstaat het grootst.